De man die wordt verdacht van het vernielen van tientallen graven op begraafplaats Westduin in Den Haag, is in het verleden al eerder opgepakt voor vergelijkbare delicten en veroordeeld voor grafschennis. Dat bleek gisteren in de Haagse rechtbank.
De 33-jarige Stefan V. uit Roermond moest donderdag voor het eerst verschijnen voor de rechtbank in Den Haag. Hij ontkent betrokken te zijn bij de vernielingen die begin vorig jaar plaatsvonden. Volgens het Openbaar Ministerie is op de begraafplaats aan de Wijndaelersingel een jas aangetroffen met daarop zijn DNA. Daarnaast werd bij hem inbrekersgereedschap gevonden.
De advocaat van V. erkende dat zijn cliënt op de begraafplaats is geweest, maar stelt dat dit was om via het terrein toegang te krijgen tot een nabijgelegen volkstuinencomplex. Daar zou V. als dakloze hebben overnacht. De inhoudelijke behandeling van de zaak staat gepland op 26 februari. Tot die tijd blijft de verdachte in voorlopige hechtenis.
Kindergraven
Op de gemeentelijke begraafplaats Westduin aan de Wijndaelersingel in stadsdeel Loosduinen werd in februari en maart vorig jaar grafschennis gepleegd. Naast de schade aan de graven, waaronder meerdere kindergraven, werden ook urnen beschadigd en hekken kapotgemaakt. In totaal werd voor bijna 100.000 euro aan schade aangericht.
De begraafplaats Westduin, geopend in 1950, ligt naast crematorium Ockenburgh en huisvest onder andere een ereveld met 87 graven van gesneuvelden uit het Brits Gemenebest, waaronder 17 onbekende slachtoffers. Tevens zijn hier graven van leden van de Stijkelgroep, een verzetsgroep uit de Tweede Wereldoorlog, wat de plek extra betekenisvol maakt.